Lees alles over De Nalatenschap, Uitgebroken, Nick en oom Frans en andere boeken van Theo-Henk Streng

25 jaar huwelijk

Troostend legde de manager van het vakantiepark zijn hand op Daniëls schouder. Hij wisselde een blik met zijn assistente en de opgeroepen politieagent.
”Het kan toch niet zomaar?” jammerde Daniël, met zijn handen voor zijn ogen. ”Dat kan toch niet? Iemand kan toch niet zomaar weg zijn?”
”Doe maar rustig,” suste de manager. ”Doe maar rustig. In paniek lossen we niets op.”
”Wat is haar naam?” wilde de jonge politieagent weten. Hij wenste dat hij een collega had meegenomen. Hoe moest hij omgaan met deze vreemde situatie?
”Veronique,” zei de manager. ”Toch Daniël?”
Daniël knikte. ”Veronique,” huilde hij. ”Ze heet Veronique.”
In het huisje heerste een onrustige sfeer. Daniël en Veronique waren vanmiddag aangekomen in het Belgische vakantiepark, om hun vijfentwintigjarig huwelijk te vieren. Maar nu was de helft van het huwelijk zoek.
Het oorverdovende gesnik van Daniël ging door merg en been.
”Hoe laat is ze vertrokken?” vroeg de agent.
”Om half zes,” antwoordde Daniël. ”Of niet? Weet jij het?” vroeg hij aan de manager.
De manager kuchte ongemakkelijk. ”Half zes,” knikte hij naar de agent.
”Waar was ze van plan naar toe te gaan?”
Daniël nam er de tijd voor om zijn neus in een zakdoek te snuiten. Snotterend zei hij: ”Ze moest sigaretten hebben. We hebben geen sigaretten meegenomen uit Nederland en ze waren op.”
De assistente fronste. Ze had vaker verhalen gehoord over mensen die een pakje sigaretten waren gaan halen.
”Ging ze naar een supermarkt?” wilde de agent weten.
”Ja,” knikte Daniël. ”Hier, op het park.”
Ook de manager begon te knikken, op een manier alsof hem iets duidelijk was geworden. ”Dan spreekt het misschien voor zich,” zei hij en zijn gezicht klaarde op. ”De supermarkt gaat namelijk om vijf uur dicht.”
”Echt waar?” vroeg Daniël hoopvol.
”Ja,” antwoordde de assistente. ”Dus dan is ze misschien naar de stad gegaan om daar sigaretten te halen.”
”Hoe kan ze dat doen?” vroeg Daniël en hij barstte opnieuw uit in een hartverscheurend gehuil. ”De auto staat hier! Ik heb de sleutels.” Zijn schouders schokten heftig.
De manager ging rechtop zitten. ”Kan het zijn dat ze lopende is gegaan? Het is lekker weer vanavond. Wie weet wilde ze de omgeving verkennen?”
Daniël snikte. ”Dan had ze me dat wel verteld,” zei hij. Hij richtte zich tot de agent. ”U weet het al, hè?” vroeg hij met betraande ogen. ”Ze is dood, hè? Zeg het me maar gewoon, hoor…”
De agent trok zijn wenkbrauwen op. Hij keek naar de manager en de assistente en richtte zich toen tot Daniël. ”Nou,” begon hij ongemakkelijk, ”het is wel eh… erg voorbarig om zoiets te denken, nietwaar?”
”Komaan Daniël,” zei de manager. ”Komaan! Ze is nog geen drie uur weg. Het is heel goed mogelijk dat ze aan de wandel is gegaan en de weg is kwijt geraakt!”
De troostende woorden gingen allemaal langs Daniël heen. Hij dacht terug aan vanmiddag. Tegen vijf uur, toen hij de auto voor het huisje had geparkeerd. Veronique was uitgestapt om het huisje te openen en Daniël was vast begonnen met het uitladen van de spullen.
Het ging al gelijk mis. De roze beautycase van Veronique stond geklemd tussen twee grote koffers. Toen hij een van de koffers wegtilde, tuimelde de beautycase voorover de auto uit. Het slot brak af en de koffer vloog open.
”Kijk nou wat je doet, rund!” had Veronique geroepen.
Daniël kon alleen maar schuldbewust naar het arsenaal aan schoonheidsmiddelen staan kijken die daar in het gras lagen. In het kapotte spiegeltje zag hij zijn eigen gezicht. Gebroken.
”Het spijt me, lieverd. Ik zal het straks voor je opruimen.”
”Spijt, spijt, spijt!” Veronique had zijn hand van zich afgemept. ”Je hebt altijd spijt.” Daarna was ze kwaad het huis ingelopen en zo was hun weekendje begonnen.
”Wat denkt u dat we kunnen doen?” vroeg de manager aan de agent.
De agent noteerde wat op zijn blocnote en haalde zijn schouders op. ”Wachten,” zei hij.
De assistente liep naar de keuken en schonk een glaasje Spa in voor Daniël. ”Kunt u echt niets voor hem doen?” vroeg ze terwijl ze het glaasje voor Daniël neerzette.
”Het spijt me. We mogen pas iets doen als iemand vierentwintig uur vermist wordt.”
De manager knikte. ”Ik begrijp het,” zei hij. ”Maar dit is wel een heel ander geval, vindt u niet? Ik bedoel maar, die vrouw is hier totaal onbekend. Voor hetzelfde geld is ze in de bossen terecht gekomen…” Hij wierp een blik op Daniël, die bewegingloos naar het glas water zat te kijken.
”U weet wat paniek en duisternis met een mens kunnen doen,” fluisterde hij. ”Kunnen we niet zelf een zoekactie starten?”
”Dat moet u weten,” antwoordde de agent. ”Maar ik raad het u niet aan. Ze kan overal zijn. Morgen zal ik contact met u opnemen om de stand van zaken te horen. Als ze morgenavond om half zes nog niet terug is, geven we haar op als vermist.”
Daniël snikte.
”Als u nog iets te binnen schiet,” zei de agent terwijl hij een kaartje uit zijn binnenzak viste, ”kunt u me altijd bereiken.”
De agent knikte hen ter afscheid toe en verliet het huisje.
Het bleef even stil. De manager en zijn assistente wisselden wat onzekere blikken. Alsof ze zich afvroegen wat ze met Daniël aanmoesten.
”Gaan ze zoeken?” vroeg Daniël opeens. Hij keek de manager met grote ogen aan. ”Gaan ze naar Veronique zoeken?”
De manager kon niet anders dan zijn hoofd schudden.
”Het is te vroeg,” legde zijn assistente uit. ”Ze kunnen pas iets doen als ze een hele dag weg is.”
Daniël keek strak voor zich uit.
De manager zag aan zijn blik dat hij de hoop had dat ze ieder moment binnen kon stappen. Met een pakje sigaretten in haar hand, verbaasd de manager en zijn assistente hier aan te treffen. Maar de klok tikte onverbiddelijk door en er verscheen geen Veronique.
”We kunnen niets meer doen nu,” zei de manager, terwijl hij zijn hand nogmaals op Daniëls schouder legde. ”Alleen afwachten.”
Hij keek hulpzoekend naar zijn assistente.
”Voor u is het misschien goed als u even op bed gaat liggen,” zei de assistente. ”Even uw gedachten op een rijtje zetten. Of neem een bad, dat kan ook helpen.”
”Wij moeten er nu vandoor,” zei de manager. Hij voelde zich enigszins schuldig dat hij Daniël alleen moest laten, anderzijds opgelucht dat hij deze vreemde situatie achter zich kon laten. ”Als je hulp nodig hebt, kun je naar ons toekomen. Je weet waar we zitten.”
Daniël knikte afwezig.
De manager en zijn assistente trokken hun jassen aan, wierpen nog een blik vol medeleven op Daniël en gingen naar buiten.
Daniël dronk met trillende handen het glaasje Spa leeg. Het koude water deed hem goed.
Veronique is weg, ging het door hem heen.
Een warm bad nemen…
Op bed gaan liggen…
Ammehoela! Hij had wel wat beters te doen!
Daniël trok zijn jas aan en sloot het huisje af. Hij stapte in zijn auto en startte de motor. Het was tegen negen uur en al aardig donker. Hij deed de koplampen aan en begon te rijden.
Het vakantiepark was vrijwel verlaten. Slechts achter een paar ramen brandde licht. Onderweg kwam hij niemand tegen. Hij liet de hefbomen al snel achter zich en reed over een steil weggetje naar beneden. Daar was het stadje waarover de manager had gesproken. Het stadje met de supermarkt die wat langer open was dan die op het park.
Tot hoe laat?
De supermarkt lag aan een grote weg. Ervoor stonden nog wat auto’s geparkeerd. Daniël reed er voorbij tot hij op een hoofdweg uitkwam, langs de rivier. Pas na vier kilometer sloeg hij linksaf een bruggetje over en ging het bos in. De weg ging vrij steil omhoog. In zijn spiegels zag hij de lichten van een ander stadje. Hij reed tot hij niet verder kon en stapte toen uit.
Voor hij aan de slag ging, rekte hij zich even goed uit.
Daniël was goed voorbereid.
”Wat doe je nu weer?” hoorde hij Veronique in gedachten zeggen. Hij was juist het huisje binnengekomen met een van de koffers. ”Ik heb toch tegen je gezegd dat je eerst die andere koffer uit moest laden? Dat heb ik je toch gezegd?” Ze vloekte grof. ”Wat ben je toch een nutteloos individu, Daniël. Dat ik het met jou vijfentwintig jaar heb volgehouden!”
”Maar popje,” had hij nog geprobeerd.
”Nee, zoek het maar uit! Ik ga sigaretten halen.”
Ver was ze niet gekomen…
Daniël liep tot aan het met stenen verzwaarde zeil even verderop tussen de bomen. Hij knikte tevreden toen hij zag dat het er nog net zo bijlag als een week geleden. Hij legde het zeil aan de kant. Ook het gat eronder was nog steeds in tact.
Hij ging terug naar de auto en opende de kofferbak om het grote, in vuilniszakken verwikkelde lichaam eruit te tillen. Een voet met een roze naaldhak stak door een opening naar buiten, maar dat gaf niet. Zonder moeite sleepte hij het pakket naar de rand van het gat. Er lag een doffe glans in zijn ogen toen hij naar het lichaam aan zijn voeten keek.
Morgen moest hij nog even de rol van gebroken echtgenoot spelen, daarna lag een nieuw leven voor hem. Een leven zonder beautycases, sigaretten en roze naaldhakken.
Hij knielde bij het gat en liet het lichaam er voorzichtig in wegzakken.
Het was tijd om vijfentwintig jaar huwelijk af te sluiten.

© 2007, Theo-Henk Streng.