Lees alles over De Nalatenschap, Uitgebroken, Nick en oom Frans en andere boeken van Theo-Henk Streng

Afslag 14 en de duiven

Oma was in haar sas.
Vanochtend was haar brommobiel gearriveerd.
Oma had onder het genot van een kopje koffie geduldig het verhaal van de meneer van Bureau Welzorg aangehoord en was hem – tegen haar gewoonte in – geen moment in de reden gevallen.
”U weet dat de maximumsnelheid 45 kilometer per uur bedraagt?”
”Natuurlijk, beste man. Ik heb mij goed voorbereid.”
”U weet ook dat een brommobiel niet wordt toegelaten op autowegen en autosnelwegen?”
”Uiteraard.”
De man had nog het een en ander opgedreund over de plaatsen waar ze dan wel mocht rijden, welke borden voor haar golden, hoe het zat met parkeren en dat soort zaken. Oma had maar half geluisterd. Ondertussen verheugde ze zich al op het moment suprème, het moment waarop ze al die tijd had gewacht.
Nu was het dan eindelijk zover. Half drie in de middag. Geen kip op de weg.
Oma liep naar de gang, zocht haar mooiste paarse hoed uit, die met de zwarte veren en bekeek zichzelf in de spiegel. De hoed leek haar wel gepast voor dit moment. Vervolgens schuifelde ze door het huis naar de straat. Met een tevreden knikje keek ze naar het prachtige voertuig op de stoep. De microcar was glanzend geel, misschien zelfs een beetje goud. Oma wist nu al dat ze zich erin thuis zou voelen.
Voorzichtig nam ze plaats achter het stuur en zette het spiegeltje goed. Een moment speelde een duivelsachtige grijns over haar gezicht. Toen deed ze de koplampen aan en startte de motor. Alles leek in één keer goed te gaan.
Oma stoof achteruit de parkeerplaats af, maakte een draai en scheurde de straat uit.
Het feest kon beginnen.
De toegestane 45 kilometer voluit benuttend, maakte oma een tour door het dorp. Kolderdijk was rond dit tijdstip helemaal verlaten, dus ze kon ongestoord haar gang gaan.
Oma stevende al snel op de borden af die de snelweg aangaven. Hoewel ze wist dat ze er niet mocht komen, begaf ze zich zonder aarzelen op de grote weg. Ze was voornemens om de eerste afslag te nemen, zodat ze direct terug kon rijden naar Kolderdijk. Want daar diende het te gebeuren…
Terwijl de auto over de snelweg tufte, dacht oma terug aan de soos van afgelopen week. Ze had met Sien en Annie zitten praten en zoals dat al jaren ging hadden de drie dames hun ongenoegen met elkaar gedeeld, terwijl zij dronken van een kopje bessenthee en snoepten van een biscuitje met extra veel suiker – omdat ze wisten dat de tandarts daar niet blij mee was.
”Die postbodes van tegenwoordig stellen ook geen fluit meer voor,” had Annie geknarst. Haar veel te grote kunstgebit zat haar al een halve eeuw in de weg, maar ze weigerde een nieuwe aan te schaffen. Vooral omdat ze wist dat ze haar kleinkinderen met dat geknars angst aan joeg.
”Wat je zegt!” was Sien ingevallen. ”Die van mij houdt volgens mij tussen iedere twee adressen een rustpauze van drie kwartier. Mijn hemel, en als je er dan wat van zegt…”
”De huisartsenpost is ook al zoiets. Omdat ik zoveel medicijnen nodig heb, moet ik om de zoveel tijd op controle komen. Ik heb nu eenmaal wat mankementen, maar daar hoef ik toch niet steeds aan herinnerd te worden?”
Uiteindelijk was het onderwerp van het gesprek via een aantal zijwegen op de duiven gekomen.
”Ze schijten de hele boel onder!” kirde Sien. ”Wat jij, Annie?”
”Wat je zegt, Sien! Die krengen kennen geen genade.”
Ook oma had haar aandeel in het gesprek. ”Die vervloekte misbaksels zitten overal! Ze lijken wel een complot te vormen. Van de week nog zaten al mijn lakens onder de vogelkak. En die krengen maar lachen vanuit de bomen!”
Sien had haar hoofd geschud en boos met haar wandelstok op de grond gestampt. ”Het wordt tijd dat iemand actie onderneemt!” grauwde ze.
”Actie!” had oma gekermd. ”Van de gemeente hoeven we vast weer niets te verwachten, die doen niets anders dan hun zakken vullen!”
”Precies,” vond Annie. ”Maar wij zijn niet voor één gat te vangen, toch dames…?”
En in de minuten daarop was het duistere duivenplan ontstaan. Beetje bij beetje hadden oma en haar bondgenoten een gruwelijke theorie uitgedokterd… Een moordplan was ontstaan. En zij zou de uitvoering in handen hebben.
Terwijl ze over de snelweg zoefde, likte oma opgewonden over haar lippen. Afslag 14 naar Kolderdijk naderde. Annie en Sien hadden gelijk gehad. Een enorme hoeveelheid duiven bevond zich hier. De vele bomen rond afslag 14 waren de perfectie broedplaats voor het ongedierte. En de ongekende hoeveelheid afval maakte het dat de dieren zich op de weg begaven. Het asfalt van afslag 14 was voor de duiven een waar speelparadijs.
Oma wist dat afslag 14 amper gebruikt werd. De enige mensen die afslag 14 namen waren de mensen die in Kolderdijk moesten zijn. Waarschijnlijk wist de overgrote meerderheid van Nederland niet eens waar Kolderdijk lag!
De duiven hadden vrij spel. De misbaksels.
”Daar zijn jullie dan,” siste oma gevaarlijk, terwijl ze het gaspedaal wat losliet en voorzichtig over de snelweg naar afslag 14 gleed. ”Duivelsgebroed, misbaksels… Ik zal jullie eens laten zien wat ik met jullie doe! Het wasgoed onderkakken, hè? En denken dat je ermee wegkomt…”
Oma drukte het gaspedaal in en vol gas stoof ze afslag 14 af. Ze gooide het stuur van links naar rechts en begaf zich in de grijze massa op de weg. De duiven waren het verkeer amper gewend en niet alle beesten konden voor de brommobiel uitwijken.
Hortend en stotend werden de beesten onder de banden verbrijzeld tot een grijsrode drab die op het asfalt achterbleef. Veren waaiden in het rond, een hels gekrijs weerklonk. Zigzaggend verpletterde oma zoveel mogelijk duiven.
Met een krankzinnige grijns bracht ze de auto aan het einde van de afslag tot stilstand en maakte een mooie draai. Ze zag zo een stuk of wat duiven op de weg liggen, omgeven door bloed en vacht. De dieren waren morsdood.
Oma grinnikte hees. Vol genoegen zag ze dat de andere duiven zich om hun dode soortgenoten begaven. Het gekrijs nam aan en de dieren leken hun eigen treurmars te kwetteren.
”Daar komt oma weer,” siste oma en voegde de daad bij het woord. Met haar zwarte naaldhak drukte ze het pedaal zover mogelijk in en stoof op de grijze vogels af. Opnieuw voelde ze de auto over de duiven heen schieten. Ze genoot van iedere trilling.
Oma zette de auto weer terug voor een volgende aanval, maar bleef nu halverwege de weg staan. Ze draaide het raampje open om naar buiten te kijken en het slachtveld met eigen ogen te kunnen aanschouwen. De duiven wisten niet meer wat te doen. Sommigen deden nog een poging zich op het asfalt te begeven, maar oma ging over op een andere tactiek. Ze reed korte stukjes heen en weer over de lijkjes en ontnam op die manier nog een aantal duiven het leven.
De haaiachtige grijns op haar gezicht werd alsmaar groter. Tot een donkere schaduw over de brommobiel heen viel. Oma keek geschokt door het raampje naar buiten en kon niet geloven wat ze boven haar hoofd zag.
Een grote hoeveelheid duiven krioelde een paar meter boven de brommobiel. Zoveel van die beesten dat de lucht erboven niet meer te zien was.
Even likte oma nog met haar tong over haar lippen, bedenkend dat dit een megavangst zou zijn. Maar toen besefte ze dat ze die beesten in de lucht niets aan kon doen. Ze kon immers niet vliegen.
Oma slikte. Dat was het moment waarop de grote wolk duiven toesloeg. Klapwiekend en met agressieve blikken in hun zwarte ogen begaven honderden – mogelijk zelfs duizenden – grijze vogels zich door het openstaande rampje in de brommobiel.
De wagen schudde van alle kanten terwijl oma tevergeefs probeerde los te komen.
Haar geschreeuw ging totaal verloren in het helse gekrijs van de duiven.

Tegen de avond vond een wandelaar een goudgele brommobiel, net naast afslag 14. Het kleine wagentje was gekanteld en zat onder een merkwaardige hoeveelheid duivenpoep.
De wandelaar fronste verbaasd.
Toen hij verder liep en in het bos een paarse hoed vond, kreeg hij een bang voorgevoel. Dat gevoel werd bevestigd toen hij de zwarte naaldhak zag die een paar meter verderop lag en helemaal toen hij een stuk been uit de struiken zag steken. Een stuk been waar niemand meer aan vast zat…
Vanuit de hoogte keken honderden duiven zwijgend toe hoe de wandelaar zijn mobiel pakte om de politie te bellen.

© 2007, Theo-Henk Streng.