Lees alles over De Nalatenschap, Uitgebroken, Nick en oom Frans en andere boeken van Theo-Henk Streng

Beren op de weg

Ron keek nogal verbaasd toen hij een beer op de weg zag staan.
”Krijg nou de…” Hij bracht zijn Porsche tot stilstand en keek ontsteld naar het lompe dier dat nog geen twee meter voor hem stond. Hoewel Ron wist dat beren levensgevaarlijk waren, maakte dit exemplaar maar een slome indruk.
Ron kon zijn ogen nog steeds niet geloven. Beren kwamen hier toch helemaal niet voor?
Hij twijfelde. Moest hij toeteren om het beest weg te krijgen? Het antwoord kwam vanzelf. Want voor zijn neus zakte de beer in elkaar.
Ontsteld keek Ron voor zich uit. ”Nou wordt ie helemaal mooi!” mopperde hij. Zoals de beer daar lag, versperde hij hem mooi de weg. Met geen mogelijkheid kon hij er langs. Het dier was te groot en eroverheen leek hem ook geen optie.
Ron keek om zich heen. Hij bevond zich in de polder, ver van de bewoonde wereld. Precies de plek voor dit soort taferelen, dacht hij. Normaal kwam hij nooit op dit soort plekken.
Grommend trok hij de handrem aan en opende zijn portier.
Buiten was het donker. Boven zijn hoofd scheen een halfvolle maan en twinkelden een aantal sterren. Het licht kwam verder van de lantaarnpalen die om de zoveel meter geplaatst waren en de koplampen van zijn auto.
Ron liep naar de gestalte op de weg af en stelde vast dat het inderdaad een beer was. Geen twijfel mogelijk.
Hij had weinig opties. Als hij rechts langs het dier zou proberen te rijden, raakte hij vast en zeker in de sloot terecht. Aan de andere kant was een grote boom. Hij schepte graag op over zijn Porsche, maar dwars door een boom heenrijden zag hij hem nog niet doen.
Met zijn voet porde hij de beer in zijn zij. Het beest bewoog zich niet. Ron schudde zijn hoofd en haalde zijn mobieltje tevoorschijn. Wie moest hij hiervoor bellen? Het alarmnummer leek hem een beetje overdreven. Dan had hij straks weer een boete aan zijn broek omdat het niet ernstig genoeg was, zo waren ze dan ook wel weer. Gewoon de politie dan maar? Of de brandweer?
Hij schudde zijn hoofd en stopte de telefoon toch maar weg. Dat zou allemaal veel te lang duren naar zijn zin. Bovendien vroeg hij zich af of de persoon aan de andere kant van de lijn niet in lachen zou uitbarsten. Een beer op de weg! ”Meneer, u ziet spoken,” hoorde hij de dienstdoende telefonist al zeggen.
Nee, Ron moest dit klusje zelf zien te klaren.
Hij knielde opnieuw bij de beer een stak voorzichtig zijn hand uit naar de vacht van het dier. Die voelde vochtig en warm aan. Hij trok zijn neus op en duwde het dier nog eens in zijn zij. Geen enkele beweging. Leefde de beer nog wel?
”Kom op vriend,” zei Ron. ”Help me eens een handje, ik moet er langs.”
Maar de beer gaf geen krimp.
Bedenkend dat dit geen enkele zin had, kwam Ron overeind. Weifelend keek hij op de beer neer. Als hij nu eens gewoon achteruit terugreed en de andere afslag nam, een halve kilometer terug? Dan kwam hij hier in ieder geval weg. Een beetje omslachtig was het wel, maar alles beter dan het met die beer aan de stok krijgen.
Hij wierp een laatste blik op de beer en wilde teruglopen naar zijn auto.
Maar met dat hij weg wilde lopen weerklonk een woeste grom. Geschrokken draaide Ron zich om. De beer was overeind gekomen en van zijn lompheid was niets meer over.
Agressie vlamde in zijn ogen.
Hij torende hoog boven Ron uit en Ron kon niet anders dan angstig terugkijken. Zijn blaas begaf het en zijn broek werd nat. Hij kreeg geen woord over zijn lippen. Laat staan een angstkreet.
De beer boog zich kwaadaardig over Ron heen, stak zijn voorpoten uit en greep hem stevig vast.
Rons geschreeuw was niets meer dan een zwak geprevel, dat geheel verloren ging in het gegrom van de beer, die hem heftig door elkaar begon te schudden. Ron voelde zich verslappen. Op geen enkele manier kon hij zich hiertegen verzetten.
Vanuit een ooghoek zag hij nog hoe een tweede beer uit het struikgewas tevoorschijn kwam. Het beest sloeg hem even gade en struinde toen de weg over, richting zijn Porsche.
Ongelovig staarde Ron naar het dier, dat zich met veel geweld in de auto werkte. De Porsche schudde aan alle kanten toen de beer met veel moeite achter het stuur kroop. Het paste nog maar net.
Angstig keek Ron naar de beer die met hem bezig was. Het dier was gestopt met het schudden, maar haalde uit met zijn poot en gaf hem een mep in zijn gezicht. Het begon hem gelijk te duizelen en hij voelde hoe hij door de lucht suisde.
Toen hij zijn ogen weer opende lag hij in de berm en zag hij nog net hoe de twee beren zijn Porsche vulden. In de auto zat een en al beer.
Op dat moment sloeg de motor aan en kwam de auto in beweging. De dieren wisselden een opgetogen blik.
Met gierende banden scheurden ze langs hem heen en verdwenen in de duisternis.

© 2007, Theo-Henk Streng.