Lees alles over De Nalatenschap, Uitgebroken, Nick en oom Frans en andere boeken van Theo-Henk Streng

Oh denneboom

(Een decemberverhaal)
Rusty had geen zin om naar zijn moeder te luisteren.
”Blijf nu eens bij mama in de buurt,” zei mama tevergeefs. ”Straks verdwaal je nog tussen al die mensen.”
Maar het kon Rusty niks schelen dat mama boos was. Had ze hem die leuke sneeuwpoplolly maar moeten geven. Misschien dat hij dan beter gehumeurd was. Pech voor haar.
”Kunt u het een beetje vinden, mevrouwtje?” vroeg de kerstbomenverkoper, terwijl hij in zijn handen wreef.
”Het lukt wel,” zei mama. Haar stem klonk mat, vanwege de woede over hem. Dat wist Rusty ook wel.
Hij keek eens rond. Het hele terrein stond vol met kerstbomen. In flinke rijen waren ze gerangschikt van groot naar klein, van dik naar dun. Naaldbomen waren overal. Nog even en ze zouden in de huiskamers staan, versierd met elektronische kaarsen en allerlei andere blinkende spullen.
Hij keek zijn ogen uit en vond het fantastisch om zo omhoog te kijken en alleen die boomtoppen te zien. Het leek wel of hij in een bos was, omgeven door al die mooie bomen. Misschien zou het nog wel gaan sneeuwen, dan was het helemaal schitterend met al die dwarrelende sneeuwvlokjes.
”Daar zijn ze vanaf twintig euro, de rest is dertig en hoger,” legde de verkoper uit. ”Zal ik met u meelopen, mevrouwtje?”
”Rusty, kom nou eens hier, verdorie!” zei mama.
Rusty negeerde haar expres. De lolly die hij zo graag had gewild spookte nog steeds door zijn hoofd. Ze zou er spijt van krijgen dat ze hem die niet gegeven had. Expres sloeg hij een hoek om, zodat hij achter twee grote dennenbomen verdween.
De rust in deze rij viel hem onmiddellijk op, maar hij stond er niet bij stil. Daar waar verder over het terrein overal mensen liepen, was het hier helemaal verlaten. Terwijl er grote en mooie bomen stonden, dus daar kon het niet aan liggen.
”Rusty!” riep mama en ze kwam de hoek om. De verkoper volgde haar op de voet en sloeg het schouwspel met een geamuseerde glimlach gade. ”Blijf bij mij of je gaat in de auto zitten! Ik heb je gewaarschuwd.”
”Nee,” zei Rusty brutaal.
Zijn moeder wierp een verontschuldigende blik naar de verkoper, alsof ze wilde zeggen ‘Sorry dat ik mijn kind niet goed heb opgevoed’. Maar de verkoper bleef glimlachen en richtte zich toen – met een vreemde fonkeling in zijn ogen – naar Rusty. ”Ik zou maar eens goed naar je moeder luisteren, jochie. Grote kans dat ze het beste met je voorheeft.”
Even was Rusty overrompeld. Maar al snel vroeg hij zich af wie die grote man met die snor wel niet was, dat hij hem vertelde wat hij moest doen. Hij wierp de man een vernietigende glimlach toe en draaide zich demonstratief van hem weg.
Zijn moeder zuchtte.
”Laat hem maar, mevrouwtje. Dat soort kinderen leert hun lesje wel. Vroeg of laat.” Hij pakte haar bij de schouder en trok haar mee. ”Zullen we eens bij die boompjes daar gaan kijken? Er zit vast wat moois tussen.”
Dat had Rusty toch maar mooi geflikt. Ze zou het er zwaar mee krijgen dat ze hem die lolly niet had gegeven.
Met een voldane grijns liep Rusty verder het verlaten pad in. Hij keek weer omhoog, waar het begon te schemeren. Het weinige licht wierp grimmige schaduwen uit over het pad. Rusty waande zich in een groot bos, zo eentje die hij laatst op televisie had gezien.
Hij begon te draaien en zag de bomen om hem heen dansen, die hoge toppen. Hoog boven hem. Hier, in dit bos, was hij de baas. Hier zou hij alles voor mekaar krijgen wat hij wilde. Niemand kon hem tegenhouden.
”Ik heb je gewaarschuwd,” zei hij nog eens tegen zichzelf. Hij lachte zelfingenomen. Pas vijf jaar oud en nu al wist hij hoe hij mensen naar zijn hand kon zetten. Zelfs daar was hij zich van bewust. Juf Olga van de kleuterschool had hij ook al in zijn zak. Die deed alles wat hij wilde, als hij maar huilde en snikte of zei dat ze zo’n lieve juf was.
Rusty wandelde verder.
De stemmen van de andere kopers verdwenen langzaam op de achtergrond. Het leek wel of dit ene pad een stuk langer was dan al die andere. En na een paar meter lopen, vroeg hij zich af of de bomen ook allemaal echt groter en breder waren, of dat dat alleen maar zo leek.
Rusty keek over zijn schouder en besefte dat hij wel heel ver was doorgelopen. De uitgang van dit pad – van deze twee muren die helemaal uit groene kerstbomen bestonden – was heel ver weg. Slechts een klein streepje licht in de duisternis.
Hij kon er niks aan doen, maar hij begon een beetje bang te worden.
Maar dan was er toch nog die lolly. Die hij zo graag had willen hebben en die zij hem niet gegeven had. Echt niet dat hij terugging naar haar.
Ineens merkte Rusty een beweging op. Hij keek over zijn schouder. Fronsend tuurde hij naar de bomen achter zich. Die hadden er net nog niet gestaan, toch?
Hij keek weer voor zich, maar zag ineens een muur van naaldbomen voor zijn neus staan. Die waren er net ook nog niet geweest… Wat was hier aan de hand? Wat gebeurde hier?
En toen merkte hij het. De wortels van de bomen bewogen. Ze stonden niet langer in emmers of in doeken, maar waren vrij en ze bewogen zijn kant op. De bomen wandelden en ze sloten hem in.
Rusty wreef door zijn ogen. Het laatste beetje haat jegens zijn moeder viel weg en maakte plaats voor angst. Huiveringwekkende angst.
De bomen hadden hem ingesloten. Het enige licht kwam van boven hem. Verder leek er vooral een en al kerstboom te zijn. Maar Rusty zag meer. De dennenbomen waren niet zomaar dennenbomen. Nee, ze leefden…
Hoog boven hem keken grote, boze ogen vanuit de naaldtakken op hem neer. Een grote scheur spleet de stam in twee├źn, als was het een enorme mond. Houten tanden – ongetwijfeld ontzettend scherp – lagen erachter.
Rusty stond te trillen op zijn benen. De lolly was hij op slag vergeten.
Ritselend en schuddend kwamen de dennenbomen nog dichterbij, tot hij helemaal vast zat en geen kant meer op kon. Hun tanden bewogen steeds verder naar hem toe.
Even later begon het te sneeuwen.

© 2007, Theo-Henk Streng.